Nieuws

Zomertarwe kent in 2017 goed (bak)resultaat

Gepubliceerd op
23 januari 2018

Voor het telen van biologische bakwaardige tarwe wordt er vaak gekozen voor zomertarwe in plaats van wintertarwe. Ondanks de aanhoudende droogte in het groeiseizoen 2017 was de opbrengst vrij goed, ook kwalitatief. De resultaten van de verschillende rassen lagen dicht bij elkaar.

Rassenproef biologische zomertarwe 2017: zonder neerslag naar een goed (bak)resultaat_biokennis

De teelt van zomertarwe in 2017 ging in ideale omstandigheden van start. De ziektedruk was zeer laag. Ondanks de voortdurende droogte tot de oogst werd een behoorlijke opbrengst behaald van gemiddeld 6,1 ton/ha met een gemiddeld eiwitgehalte van 11,2%. De eiwitgehaltes van de verschillende rassen lagen vrij dicht bij elkaar en waren gerelateerd aan de opbrengst. De waardes voor bakkwaliteit (Zeleny en valgetal van Hagberg) waren voor alle rassen voldoende.
De rassen met een opbrengst van 6,5 ton/ha of hoger (Lennox, Harenda, Septima en Tybalt) bleven net onder de norm van 11 % eiwit. Tybalt scoorde met 10,5 % het laagst en wordt doorgaans als voedertarwe aanzien.
Nobless, Epos, Feeling en Quintus komen naar voor als ‘compromis’-rassen. Ze behaalden een gemiddelde opbrengst ( 6,0 à 6,5 ton/ha) met een voldoende eiwitgehalte (net boven de norm van 11%).
Dino, Helario (populatie), Lavett, Sensas en Specifik behaalden een goed eiwitgehalte (ongeveer 11,5%). Helario haalt zelfs 12,3%. De opbrengst van deze rassen bleef echter steken op ongeveer 5,5 ton / ha.
Een late bijbemesting (8 juni) had geen effect op het eiwitpercentage. Door de droogte bleven de organische mestkorrels intact liggen aan het oppervlak.

Bron: CCBT

Meer informatie

Contact

Karel Dewaele, Inagro, karel.dewaele@inagro.be