Nieuws

Biodiversiteit is goede basis voor geïntegreerde gewasbescherming

Gepubliceerd op
15 juni 2017

"Meer biodiversiteit en gebruik van resistente planten vormen de crux in het succesvol toepassen van IPM", aldus Willem Jan de Kogel, business unit manager bij Wageningen University & Research. Geïntegreerde gewasbescherming of Integrated Pest Management (IPM) is vandaag de dag de norm in de land- en tuinbouw. Daarover zijn alle betrokken partijen – nationale en Europese overheden, land- en tuinbouwsectoren, bedrijven en kennisinstellingen – het eens.

Biodiversiteit goede basis voor geïntergreerde gewasbescherming

Alle partijen zien in dat we gewasbescherming op basis van een getrapt model met een voorkeur voor preventie en biologische bestrijding, en alleen nog zeer gerichte chemische gewasbescherming als laatste redmiddel verder moeten ontwikkelen.

Weerbaarheid terugbrengen

In de afgelopen decennia hebben we een landbouwsysteem ontwikkeld gericht op de grootschalige productie van goed voedsel. Ondertussen hebben we door de veredeling op smaak en productie en door grote monocultures onze gewassen ongewild ook aantrekkelijker en gevoeliger gemaakt voor plaagorganismen. Hierdoor zijn we een stuk van de weerbaarheid die we in natuurlijke biodiverse systemen zien, kwijtgeraakt. Ingrijpen met gewasbeschermingsmiddelen werd noodzakelijk. Natuurlijke weerbaarheid speelt op verschillende niveaus: een weerbare bodem, weerbare planten en weerbare teeltsystemen waarin natuurlijke vijanden ziekten en plagen in toom houden. Een essentiële stap in IPM is dan ook dat we de natuurlijke weerbaarheid van gewassen en productiesystemen weer moeten terugbrengen. Biodiversiteit is hiervoor de basis.

Biodiversiteit

Om de natuurlijke weerbaarheid in landbouwsystemen weer terug te brengen kunnen we klassieke technieken gebruiken als gewas rotatie, mengteelt of bloeiende akkerranden met waardplanten voor nuttige insecten. Hierdoor brengen we meer diversiteit terug zowel in ruimte (mengteelten, akkerranden) als in tijd (rotaties). Tegelijkertijd kunnen we vandaag de dag ook gebruik maken van de modernste gereedschappen om die natuurlijke weerbaarheid te begrijpen en terug te winnen. Zo zijn we in staat om het microbioom (de enorme verzameling micro-organismen) van een gezonde bodem of een weerbare plant tot in detail in kaart te brengen. Als we begrijpen welke soort gemeenschappen van micro-organismen voor weerbaarheid in de bodem of de plant zorgen, kunnen we daarmee toepassingen voor de praktijk ontwikkelen. Denk hierbij aan meetinstrumenten om bodemkwaliteit te meten, en methoden om de weerbaarheid van de bodem of de plant te verbeteren. De moderne moleculaire biologie kan ons dus helpen om de weerbaarheid terug te halen die we in de loop van onze landbouwgeschiedenis ongewild zijn kwijtgeraakt.

Biologische gewasbescherming

Biodiversiteit is ook de basis voor de ontwikkeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen zoals nuttige organismen die schadelijke organismen kunnen bestrijden. Bekende voorbeelden zijn roofmijten, roofwantsen en sluipwespen die zeer succesvol ingezet worden in onze Nederlandse kassen. Maar ook micro-organismen als schimmels, bacteriën en virussen kunnen de basis vormen voor belangrijke biologische gewasbeschermingsmiddelen. De kunst is om uit de enorme biodiversiteit die er in de natuur bestaat, juist die micro-organismen te selecteren die de gewenste eigenschappen hebben om succesvol tot een biologisch gewasbeschermingsmiddel ontwikkeld te worden. Het Europese project BIOCOMES is een voorbeeld van een onderzoeksproject waarin een reeks van dergelijke nieuwe middelen ontwikkeld wordt.

Resistente planten

Planten bezitten een enorme genetische diversiteit aan eigenschappen. In het kader van IPM zijn vooral resistentiegenen van belang die de plant weerbaar maken tegen ziekten en plagen. Maar ook genen die betrokken zijn bij de interactie tussen de plant en het microbioom kunnen van belang zijn, al weten we daar nog weinig van. Dit soort genen kunnen door inkruisen benut worden in gewassen. Met moderne moleculaire technieken kan dit proces veel sneller en precieser. Resistente gewassen die op deze manier tot stand zijn gekomen passen uitstekend binnen IPM.

Scherper zien

De moleculaire biologie helpt ons ook om scherper te kunnen kijken in de diagnostiek van ziekten in een gewas. Goede diagnostiek is een voorwaarde om gezond, schoon uitgangsmateriaal te produceren: de eerste stap in IPM. We kunnen op basis van moleculaire technieken nu niet alleen zien of een plaagorganisme wel of niet aanwezig is, maar ook steeds beter of het organisme dood of levend is, en of het al of niet in staat is om schade aan te richten in een plant. Van de schimmel Fusarium oxysporum bijvoorbeeld, bestaan schadelijke isolaten, maar ook isolaten die geen schade aanrichten, of die zelfs gunstig zijn voor de gezondheid van een plant. Door dit soort verschillen te onderkennen, kunnen we voorkomen dat we gewasbeschermingsmiddelen inzetten op een moment dat dit feitelijk helemaal niet nodig is.

Onderzoek

Onderzoek naar de mogelijkheden die IPM biedt en de verdere ontwikkeling daarvan is van groot belang om tot duurzame en economisch rendabele teelten te komen met een maximale weerbaarheid. In Nederland wordt door onderzoeksinstellingen met het ministerie van Economische Zaken en het Nederlandse bedrijfsleven gewerkt aan een reeks projecten binnen de topsectoren Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Agri & Food. Deze zijn gericht op de verschillende aspecten van IPM zoals hierboven genoemd. Onderzoek draagt zo bij aan de verdere ontwikkeling van IPM. Beschrijven, begrijpen en benutten van biodiversiteit vormt hiervoor de basis.

Publicaties

Contact

WillemJan de Kogel, Wageningen University & Research, willemjan.dekogel@wur.nl