Dossier

Vollegrondsgroente: beheersing van trips

Tripsschade komt in veel gewassen voor. In de biologische teelt zijn maar weinig middelen tegen trips opgewassen.

Niet kerende grondbewerking in akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt BioKennis

Schade is op verschillende manieren in de hand te houden, al blijkt het in de praktijk nauwelijks mogelijk om een gewas volledig te vrijwaren. In dit dossier leest u meer over de leefwijze van trips en de mogelijke maatregelen om schade te beperken.

Maatregelen

Tripsen hebben veel natuurlijke vijanden zoals zweefvliegen, gaasvliegen, sluipwespen, wantsen, spinnen, loopkevers, kortschildkevers, rooftripsen, roofmijten, schimmels en parasitaire aaltjes. Op de aangetaste planten worden echter erg weinig natuurlijke vijanden waargenomen. Voor veel vollegrondsteelten is het uitzetten van natuurlijke vijanden (nog) te kostbaar. De ervaringen hiermee zijn beperkt en resultaten kunnen per jaar variƫren. Maar er zijn allerlei mogelijkheden om de omstandigheden voor deze nuttige insecten die van nature al aanwezig zijn te verbeteren:

  • Een grondbewerking heeft een negatief effect op de aantallen mijten. Daarbij is ploegen ongunstiger dan een oppervlakkige grondbewerking zoals eggen.
  • Meer organische stof (gewasresten, compost, vaste mest) resulteert in grotere aantallen roofmijten die helpen de aantallen tripsen te reduceren. Ook het toepassen van stromulch en het bemesten met compost en/of vaste mest leidt tot een verhoging.
  • Zware machines (grotere wieldruk) verminderen de aantallen mijten en verminderen over het algemeen de biologische activiteit van de bodem.
  • Toename van houtbeplanting (o.a. bos) in de omgeving van het perceel leidt tot minder tripsaantasting in de prei.
  • Het effect van een bloemenrand is nog onduidelijk.

Trefwoorden: Trips

Contact

Jos Hamont, Delphy, j.vanhamont@delphy.nl