Dossier

Voer- en verplaatsingsstrategie bij overgang van dracht naar lactatie bij varkens

Wanneer drachtige zeugen bijna gaan werpen, worden ze verplaatst van groepshuisvesting met veel bewegingsvrijheid naar individuele kraamstallen. Tegelijkertijd wordt hun rantsoen flink veranderd. Dit kan bij de zeug leiden tot problemen zoals een slechte voeropname, een lage melkgift en uierontsteking.

Voer- en verplaatsingsstrategieën

Drachtige biologische zeugen worden in groepen gehuisvest. In de groep krijgen ze naast mengvoer ook ruwvoer aangeboden. De overgang van drachtstal naar kraamstal is groot voor de zeugen. Ze worden vanuit een groep met veel bewegingsvrijheid overgeplaatst naar een individueel kraamhok met minder bewegingsvrijheid. Daarnaast worden ze vlak voor het werpen, meestal vrij abrupt overgeschakeld van drachtvoer met ruwvoer naar lactovoer. Het voerniveau blijft veelal op een (vrij) hoog niveau gehandhaafd om de groei van de biggen gedurende de laatste dagen voor de geboorte positief te beïnvloeden. Bovendien worden er veel biggen geboren. Deze combinatie van factoren kan rond het werpen tot problemen leiden bij de zeug: ze wil niet meer eten, krijgt uier-ontsteking of een slechte melkgift. De pasgeboren biggen hebben hierdoor een slechte(re) start, waardoor er teveel biggen uitvallen of achterblijven in groei. Uit een inventarisatie op 19 biologische vermeerderingsbedrijven bleek dat de voerstrategieën voor het werpen op de verschillende bedrijven flink uiteenlopen. Ook wat betreft het verplaatsen van zeugen naar de kraamstal bestaat een grote variatie.

Adviezen voor een soepele overgang van dracht naar lactatie

  • Verplaats de zeugen 5 tot 7 dagen voor het werpen van de drachtstal naar de kraamstal en schakel op dat moment ook over op lactovoer.
  • Blijf hoogdrachtige zeugen op hetzelfde voerniveau doorvoeren tot het werpen.
  • Stem het drachtvoer en lactovoer wat grondstoffen betreft op elkaar af.
  • Zorg ervoor dat de zeugen goed in conditie zijn (niet te mager, maar ook niet te vet), wanneer ze naar de kraamstal gaan.
  • Verhoog de voergift na het werpen niet te snel.
  • Zorg dat het kraamhok schoon en droog is rond en na het werpen.
  • Beweging van de zeugen na het werpen is belangrijk.
  • Zorg voor een goede temperatuur in de kraamstal.
  • Zorg dat de voerbak schoon is en het voer vers.
  • Zorg dat de zeugen voldoende drinkwater opnemen na het werpen.
  • Rust, reinheid, regelmaat, vaak en vers!

Trefwoorden: lactatie, dracht, voeren, verplaatsen

Contact

Carola van der Peet, Wageningen UR, Carola.vanderpeet@wur.nl