Dossier

Verenpikken voorkomen bij opfokhennen

Bij verenpikken geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Het kernwoord daarbij is ‘bezighouden’.

Zodra kuikens tijdens de opfok met verenpikken beginnen, kan het ze bijna niet meer worden afgeleerd. Om verenpikken te voorkomen, is het belangrijk om het basismanagement 100% in orde te hebben. Daarnaast is het aan te bevelen hennen, afgestemd op de dagindeling en het voeren, zoveel mogelijk afleiding aan te bieden.

Natuurlijk pikgedrag

Eén van de grootste verschillen tussen kuikens die op natuurlijke wijze opgroeien en kuikens die op bedrijfsmatige wijze worden gehouden, is het ontbreken van ‘het goede voorbeeld’ bij de laatste groep. In de eerste weken van hun leven leren kuikens wat eetbaar is en wat niet. In de natuur geeft de moederkip door haar gedrag aan wat er gegeten moet worden. Daarnaast pikken pasgeboren kuikens ‘van nature’ naar alles, waardoor ze uiteindelijk ook zelf ontdekken wat ze het beste kunnen eten. Voeg bij dit pikgedrag een omgeving die voornamelijk bestaat uit soortgenoten, en je realiseert je dat het bijna onvermijdelijk is dat de dieren vroeg of laat beginnen te pikken naar hun collega-kuikens. Met een bezetting van 24 kuikens per vierkante meter tot 6 weken (de huidige Skal-norm), is het aanbieden van afleidingsmateriaal om op te pikken de belangrijkste maatregel in het tegengaan van verenpikken.

Trefwoorden: verenpikken, pikgedrag, verenpikschade, opfokhennen, afleidingsmateriaal, management, maatregelen

Contact

Jan Paul Wagenaar, Louis Bolk Instituut, j.wagenaar@louisbolk.nl