Dossier

Schoon oppervlaktewater

De Kaderrichtlijn Water (KRW) vereist dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een goede ecologische kwaliteit hebben.

Om dit te bereiken is het nodig dat belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfaat wordt teruggedrongen. Met het huidige mestbeleid zijn flinke stappen genomen, maar we zijn er nog niet; de overheid scherpt het mestbeleid aan. Het nog verder terugdringen van nutriëntenoverschotten is kostbaar, terwijl de effecten op de waterkwaliteit soms lang op zich laten wachten. Toch zijn er genoeg voorbeelden die laten zien dat landbouw en goede waterkwaliteit elkaar niet in de weg hoeven te staan.

Vasthouden nutriënten

Hieronder staat een overzicht met alternatieve maatregelen waarbij nutriënten in het agrarische gebied worden vastgehouden, zodat ze geen problemen veroorzaken in kwetsbare wateren.

  • Voorkom structuurschade. Structuurschade kan er toe leiden dat water op het land blijft staan en rechtstreeks afspoelt naar het oppervlaktewater. In afspoelend water wordt vaak veel fosfaat gevonden, omdat het meeste fosfaat zich in de bovenste bodemlaag bevindt.
  • Laat gras of andere vegetatie op de akkerrand staan. Akkerranden zijn vooral effectief in het verminderen van drift van gewasbeschermingsmiddelen, maar kunnen er ook voor zorgen dat de nutriëntenbelasting van sloten vermindert. Het gras op de akkerrand fungeert als buffer tussen de teeltzone en het oppervlaktewater en zorgt daardoor dat nutriënten niet in het oppervlaktewater terechtkomen. Het voorkomt afspoeling, zorgt ervoor dat eventuele afspoelende deeltjes bezinken en voorkomt strooiverliezen. Overige voordelen van akkerranden zijn de grotere bio-iversiteit en de landschapswaarde.
  • Leg samengestelde peilgestuurde drainage aan. De afgelegde weg van het drainwater wordt langer, waardoor nutriënten op weg naar de sloot meer worden afgebroken of vastgelegd. Hierbij worden drains meestal dieper, maar intensiever aangelegd dan bij gangbare drainage. De drains staan meestal onder water, drains worden gekoppeld aan een verzameldrain die uitkomt in een put. Door drains intensiever aan te leggen wordt de opbolling van de grondwaterspiegel tussen drains kleiner, waardoor de grondwaterstand uniformer wordt. Bovendien blijft een goede ontwatering gewaarborgd.
  • Zorg voor goed slootbeheer. Het beheer van sloten is sterk afhankelijk van de regio. In veenweidegebieden moeten sloten regelmatig worden gebaggerd om ze op diepte te houden. Met de bagger wordt vooral veel fosfaat verwijderd. Op zandgronden is baggeren veel minder vaak noodzakelijk. Riet in de sloot heeft een zuiverende werking, speel hierop in door niet te vroeg in het jaar te maaien of oud riet te laten staan.
  • Filter het oppervlaktewater door middel van natte bufferstroken of helofytenfilters. Het is ook mogelijk om zelf het oppervlaktewater te zuiveren, bijvoorbeeld door taluds af te vlakken, door de aanleg van accoladeprofielen (profielen met een knik).

Trefwoorden: oppervlaktewater, afspoeling, uitspoeling, nutriënten, stikstof, fosfaat

Contact

Janjo de Haan, Wageningen UR,janjo.dehaan@wur.nl en Abco de Buck, Wageningen UR, abco.debuck@wur.nl