Dossier

Rantsoen van geiten sturen

De kostprijs voor biologische geitenmelk bestond in 2007 voor 59% uit kosten voor ruwvoer en krachtvoer.
Om dit aandeel terug te dringen en tegelijkertijd aan de eis van 100% biologisch voer te voldoen, hebben veel
geitenhouders zich in eerste instantie geconcentreerd op de ruwvoerkwaliteit.

Veel geitenhouders proberen nu ook de krachtvoercomponent beter in de vingers te krijgen. De kennis die opgedaan is in de geitenhouderij blijkt voor een groot deel ook bruikbaar te zijn in de melkveehouderij.

Het rantsoen

  • De basis van het rantsoen:
    De basis bestaat uit bladeren en stengels, ofwel gras en klaver.
  • Structuur van stengels:
    Extra structuur komt bij voorkeur uit luzerne; dit bevat naast structuur ook eiwit, mineralen en gezondheid. Gebruik niet teveel stengels van maïs. Ze brengen wel structuur aan, maar zijn door hun hoge lignine-gehalte deels onverteerbaar.
  • Zetmeel, eiwit en olie uit zaden:
    Granen en (bijproducten van) oliehoudende zaden brengen zowel zetmeel, eiwit als een gewenste vetfractie aan in het rantsoen.
  • Celwandkoolhydraten uit wortelen knolgewassen:
    Zeker bij geiten in de tweede helft van de lactatie, moet zetmeel worden beperkt in het rantsoen. Deze dieren hebben meer behoefte aan energie uit vlot verteerbare celwandkoolhydraten. Deze komen bij voorkeur uit de wortels of knollen van planten.

Sturen via het ruwvoer

Betere bewaring van de kuil geeft aanleiding tot betere conservering van het eiwit met relatief meer DVE tot gevolg. Met name deze DVE hoeveelheid zou in vele geitenrantsoenen wel eens de beperkende factor te zijn. FOS (een suiker) is vaak het andere knelpunt. Door strategisch een jonge snede in het voorjaar te maaien, kunnen we de FOS-rijke bietenpulp die we vaak missen in het rantsoen, zelf proberen te maaien. Bovendien blijkt onrijpe maïs meer energie op pensniveau op te leveren, terwijl rijpe maïs eerder darmverteerbaar zetmeel aanbiedt. Met dit inzicht kunnen we zelfs de maïsoogst sturen op basis van de geoogste grasklaver tijdens het teeltjaar. Ook kunnen we het evenwicht beter nastreven in de basis en zo met een evenwichtig mengvoeder verder bouwen aan het rantsoen.

Sturen via het krachtvoer

Veel geitenhouders delen ook het mengvoeder in componenten op en verstrekken deze componenten apart aan de dieren. Dit geeft een handvat aan de rantsoenering zodat de optimale mix gemaakt kan worden. Daarbij kunnen de eigen ruwvoercomponenten tot en met de aangekochte krachtvoercomponenten worden meegenomen. Veel bedrijven trekken de energiefractie uit elkaar in suiker, pectines, snel verteerbaar zetmeel en traag verteerbaar zetmeel. Voor suikers kunnen we terecht bij grasklaver. Pectines vinden we ook in jong gras, bietenpulp of celwanden van diverse wortelen van knolgewassen. Snel zetmeel krijgen we uit granen, terwijl het trage zetmeel vaak bij rijpe maïs gezocht moet worden. Door deze componenten apart te voederen, kunnen we sturen naar de behoefte van de dieren.

Trefwoorden: rantsoen

Contact

Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut:n.vaneekeren@louisbolk.nl