Dossier

Biologische boer als natuurbeheerder

Biologische landbouw en natuur passen bij elkaar, omdat deze vorm van landbouw zoveel mogelijk wil inspelen op natuurlijke processen.

De biologische boer stimuleert kringlopen met een actief bodemleven, werkt met een lage input aan nutriƫnten en laat het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen achterwege. Bovendien hebben deze bedrijven vaak een grotere variatie aan gewassen. Daarom komen op biologische bedrijven gemiddeld hogere natuur- en landschapswaarden voor. Op veel bedrijven wordt echter weinig gedaan met deze gunstige basisfactoren voor biodiversiteit. De biologische landbouw wil zich ook meer verbinden met maatschappij en omgeving. Dit doet ze ondermeer door de bijdrage van de biologische landbouw aan biodiversiteit verder te ontwikkelen, praktisch te borgen en het gelijktijdig realiseren van een duurzame resultaatsbeloning voor deze inspanningen.

Natuur- en Landschapsnorm

Om dit proces te stimuleren is de Natuur- en Landschapsnorm (NLN) ontwikkeld:

  • 5% van het bedrijfsareaal bestaat uit streekeigen landschapselementen;
  • De boer beheert de landschapselementen;
  • Het afval van beheer wordt opgenomen in de bedrijfskringloop;
  • Dieren worden niet verstoord tijdens de voortplantingsperiode;
  • Het erf is voor 40% groen;
  • Er is ruime vruchtwisseling op bouwland.

Bedrijven zien voordelen in het gericht bezig zijn met natuur en landschap, waarbij een financiƫle tegemoetkoming een voorwaarde is. In hun ogen levert het een groter draagvlak voor het bedrijf, het geeft extra inkomen bijvoorbeeld via versterking van de directe verkoop en aantrekkelijker maken voor bezoekers, en het heeft een positieve invloed op de landbouwproductie. Dit verklaart ook dat de meeste biologische bedrijven gemotiveerd zijn om natuur en landschap te integreren in hun bedrijfsvoering.

Trefwoorden: multifuntioneel, natuurbeheer, landschapbeheer

Contact

Boki Luske, Louis Bolk Instituut, b.luske@louisbolk.nl