Dossier

Aardbeienteelt

Biologische aardbeien worden nog maar weinig geteeld. De voornaamste reden hiervoor is dat de teelt niet zo gemakkelijk is en er nogal wat kan misgaan.

Biologische aardbeienteelt BioKennis

Ook vraagt de aardbeienteelt een aanzienlijke hoeveelheid arbeid, waardoor het relatief duur is. Het aanbod biologische aardbeien is dus gering. Ook zijn de groothandelsbedrijven voorzichtig met inkopen, hetgeen potentiële telers verder afremt. Een continu aanbod ontbreekt dus: hoog tijd om de cirkel te doorbreken en de continuïteit te verbeteren.

Biologische aardbeienteelt

Goede voorbereiding

Een goede voorbereiding van de teelt is essentieel voor een goed resultaat. Aardbeiplanten vragen om een goed doorwortelbare grond zonder storende lagen.

Bemesting

Zorg allereerst voor een bodemanalyse zodat eventuele tekorten aangevuld kunnen worden. Vaak zien we bij aardbeien tekorten aan magnesium en borium. Beide mineralen kunnen in de biologische landbouw worden gecorrigeerd. Organische stof in de grond – bijvoorbeeld uit vaste mest of compost – verbetert de groeiomstandigheden van aardbeien.

Plantgoed en rassen

Er is nog geen biologisch vermeerderd materiaal in de handel. Nu dit weer opgepakt wordt, zal in eerste instantie wachtbedmateriaal beschikbaar komen vanaf eind 2011.

Onkruid

Onkruid is tegen te gaan door in de eerste helft van de teelt, voordat de vruchten de grond raken, mechanisch of handmatig te bestrijden met schoffelapparatuur. Later wordt de grond afgedekt met 10 ton stro per ha zodat onkruid minder kans krijgt om door te groeien.

Teeltsystemen

Het teeltsysteem wordt mede bepaald door de aanwezige mechanisatie op het bedrijf. Meestal worden twee rijen aardbeiplanten gezet op een onderlinge afstand van 50 of 60 cm en een plukpad van 90 cm tot 1 meter. In de rij komen de planten dan op 30 cm te staan of ruimer als het de bedoeling is om er meerdere jaren van te plukken. Het aantal planten per ha varieert tussen de 30.000 en 35.000 per ha.

Planning en pluk

De planning wordt bepaald door het teeltsysteem en het plukdoel. Een normale teelt zal, zonder vervroegende maatregelen met afdekking, van de tweede helft juni tot half juli produceren.

Oogsten en vermarkten

Twee keer per week plukken is noodzakelijk. Als er minder vaak wordt geplukt, dan kleuren de vruchten te ver door en worden ze minder houdbaar. Rode vingers bij het plukken, is een aanwijzing dat te laat wordt geplukt. Uiteraard moet er wel een vorm van rijpheid zijn. Te groen plukken betekent geen directe consumptie, maar ook geen maximale uitgroei. De vruchten rijpen nog wel na in het doosje, maar voor directe consumptie zijn te groene vruchten ongeschikt. Een en ander is overigens wel rasafhankelijk.

Contact

Jos van HamondDelphy, jos.vanhamond@delphy.nl