Nieuws

Late preirassen weerstaan moeilijk groeiseizoen

Gepubliceerd op
28 januari 2017

In de biologische preiteelt is de rassenkeuze het voornaamste instrument ter beheersing van ziekten en aantasting. In 2016 was het niet de ziektedruk maar de weers- en bodemomstandigheden die de groei beheersten. Biologisch beschikbare rassen dienen zich aan als alternatief voor het standaardras Poulton

late prierassen weerstaan moeilijk groeiseizoen

De elf opgenomen rassen waren hybriden, behalve Blauwgroene Herfst en Herfstreuzen 2 van De Bolster. Voor Belton, Blauwgroene Herfst, Cherokee, Curling, Herfstreuzen 2 en Pluston waren er biologische zaden beschikbaar. Voor de overige rassen werden 'niet chemisch behandelde (NCB)' zaden gebruikt.

Deze rassenproef biologische prei late herfst groeide minder door dan normaal vanwege de late plantdatum en natte plantomstandigheden, gevolgd door droogte tot oktober. Als gevolg hiervan is de gemiddelde opbrengst 24,6 ton/ha lager.

Rassen op een rij

Cherokee en Keeper, twee hybrides die in biologische zaadvorm beschikbaar zijn, evenaren het standaardras Poulton zijn beloftevol voor de toekomst. Cherokee realiseert hierbij een iets hogere opbrengst bij een voldoende kwaliteit. Keeper haalt een gemiddelde opbrengst en presenteert mooi in de bak. Colletotrichum is mogelijk een aandachtspunt voor Keeper.

Bij de andere biologische hybrides bevestigen Belton en Pluston hun resultaten van voorgaande jaren. Belton is gezond, maar iets te bleek. Beide rassen vormen vrij snel een (te) lange schacht. Curling deed het in deze omstandigheden minder goed met een opbrengst onder 20 ton/ha.

Nunton is een nieuwkomer die het zowel in opbrengst als kwaliteit goed deed. Aylton haalde een gemiddelde opbrengst met een goede presentatie in de bak.

De zaadvaste biologische rassen Blauwgroene Herfst en Herfstreuzen 2 zijn vrij ziektegevoelig en behalen niet dezelfde standaard qua opbrengst en kwaliteit.

Bron: CCBT

Publicatie

Contact

Karel Dewaele, Inagro, karel.dewaele@inagro.be